Zeilnieuws op jouw golflengte

Terug

Laatste nieuws

vrijdag 18 mei 2012

geplaatst op: zondag 19 september 2010, 21:38

“Ik haalde de finish en ben daar trots op”

“Ik haalde de finish en ben daar trots op” Ze zijn elkaars geliefden, delen dezelfde passie en sinds drie jaar dezelfde droom; deelnemen aan de Transat 650. Ysbrand Endt en Christa ten Brinke hebben zich inmiddels beiden gekwalificeerd, maar op 22 augustus leek het mis te gaan. Tijdens de tweede etappe van de Les Sables-Les Açores-Les Sables Race kreeg Ysbrand de schrik van zijn leven. Mastbreuk! Hij loste het met Hollandse nuchterheid op en werd de held van de race. In Nederland bleef zijn verhaal onbesproken, dus ging SailReport.nl luisteren. Ysbrand vertelt...

“Er stond een dikke windkracht 6 en soms 7 en ik kreeg twee hoge golven achter elkaar. Bij de eerste haalde ik een snelheid van 16/17 knopen en de tweede zette de boot zo in de volgende golf. Ik hield me op dat moment binnen vast aan het luik, maar door de enorme impact eindigde ik bij de mast. Ik hoorde achterin een geluid en vervolgens brak de mast onder de eerste zaling. Het ging allemaal zo snel. Pas achteraf hoorde ik hoe het was gebeurd. Het bakstag werd 15 cm door de stopper getrokken. Het schijnt bij de Mini een bekend fenomeen te zijn.”

‘Ik heb de boot kapot gemaakt’
De jongens die voor me zijn geëindigd, hebben allemaal een keer hun mast verloren. Het enige verschil is dat het bij hen niet 600 km voor het eindpunt gebeurde.” Endt zeilde na de mastbreuk nog vier dagen met het geïmproviseerde tuig. “In eerste instantie ben je er niet mee bezig dat je de wedstrijd nog gaat finishen. Ik was echt vreselijk geschrokken. Ik voelde me ontzettend klote. Ik dacht: ‘Ik heb nu gewoon de boot écht kapot gemaakt’. Daar voelde ik me heel rot over. Ik vroeg later aan Chris of ze niet ontzettend boos op me was. Ik wist ook helemaal niet wat ik fout had gedaan. De windhoeken met de bijbehorende zeilvoering hebben we uitgezocht en die voer ik ook. Ik heb heel vaak gecontroleerd of ik te veel zeil had staan en moest terugschakelen. Dat was gewoon niet zo. Dat heb ik ook vergeleken met de anderen om mij heen.”

Weinig opties
Dit alles kwam Endt pas achteraf te weten, dus hij bleef met de onzekerheid zitten. “Dat laat je op een gegeven moment achter je. Ik was tweehonderd mijl van de dichtstbijzijnde haven in Spanje en 350 mijl van de finish verwijderd. De wind zou in de zuidwest/zuid- of westhoek zitten, dus naar het zuiden gaan was geen optie. Daardoor was die 200 mijl naar Spanje geen optie.”

Aan boord van de begeleidingsboot
Christa zat aan boord van één van de begeleidingsschepen en kreeg het nieuws pas twee dagen later te horen. “Ik kwam er later achter dat ze het voor mij hadden verzwegen. Ze waren bang dat ik in paniek zou raken. Op een gegeven moment kreeg onze schipper over de marifoon het bericht dat Ysbrand was ontmast. Ik hoorde het nummer en wist dus dat het onze boot was. Hij moest er dus iets over zeggen en ik begreep ook dat het goed mis was. Toen hij het vertelde, raakte hij zelf min of meer in paniek. Hij riep dat hij nu een enorm probleem had en dat hij nooit meer een vrouw van een schipper zou meenemen. Blijkt dat er in het verleden mensen inderdaad zijn geflipt.

Maar ik had natuurlijk de tracker in de gaten gehouden en gezien dat Ysbrand geen snelheid meer had. Daardoor wist ik dat er iets was, maar hij voer nog steeds de goede kant op. Hij was er dus nog wel, want mijn grote angst is dat hij overboord gaat. Ik had er vertrouwen in dat Ysbrand de goede dingen zou doen. We hebben ooit samen een ontmasting op een grote boot meegemaakt en Ysbrand was degene die alles regelde. Het is een groot voordeel dat ik de boot ook goed ken en zelf vaar, zodat je weet wat een beetje het maximum is.”

Lichtpuntjes in de misère
Ysbrand vertelt verder: “Ik heb me opgetrokken aan kleine dingen, die me alles bij elkaar zoveel hebben gegeven dat je doorgaat. Een voorbeeldje. De dag dat de mast overboord ging, ruim je gedreven door adrenaline zoveel op dat er evenwicht ontstaat. De volgende morgen heb ik mijn SSB-radio gerepareerd en de antenne in het resterende masttopje gestopt. Toen kreeg ik ook nog ontvangst, helemaal vanuit Frankrijk. Ik hoorde vervolgens dat ik nog steeds dertiende in de vloot lag. Dat gaf een heleboel rust. Daarnaast voer de kop een windstilte in en de achterste boot zat op dat moment nog 483 mijl achter mij. Dat heb ik allemaal opgeschreven. Ik had ook bedacht dat ik niet de Epirb zou trekken, want dan zou ik de regie compleet verliezen.

Al die dingen samen leverden op dat ik het besef kreeg dat ik het nu echt zelf moest doen. Ik realiseerde me dat de begeleidingsschepen normaliter achteraan de vloot zitten, dus zo’n 400 mijl van mij vandaan. Als je dan gaat rekenen met dat je zelf maar 3 knoopjes snelheid hebt en zij misschien 9/10 knopen, weet je dat je de komende twee dagen op jezelf bent aangewezen. Ik had nog eten, elektriciteit, de wind bleef staan, ik was niet lek en ging nog vooruit. Maar hoe kom je thuis? Dan moet ik maar gesleept worden, maar hoe hard zullen ze dan gaan? Vijf knopen? Met nog 300 mijl te gaan. Dat is dus drie dagen sturen. Potverdorie, dat is niks bedacht ik me toen. En elke mijl dat je niet wordt gesleept, is er weer. Zo ging ik aan de slag.”

Opbouwen
“Ik stelde mezelf de vraag hoe ik dan meer rendement kon krijgen van het zeil dat ik over had. Dan ga je bouwen op het noodtuig. Ik heb nagedacht over hoe ik de resterende mast kon verstagen en hoe ik extra zeiltjes kon zetten. Ik had nog een boegspriet die werkte en zo ga je aan de slag. Ook om jezelf bezig te houden, want zoveel gebeurt er niet als je 3 mijl per uur gaat.

Die mast breekt op een gegeven moment, maar er zit een pees van 8 mm dyneema in en die kan 6 ton aan. Zonder te snijden, krijg je die niet door. Maar ja, die mast is toch 3,5 meter hoog. Ik kwam er niet bij. Heb dat wel geprobeerd, maar dan hang je daar heen en weer te zwaaien op de golven met in één hand een scherp mes. Dat ging niet werken en heb het op de een of andere manier toch kapot kunnen trekken. Met een val er overheen en dan op de lier gewoon doordraaien totdat je het hoort breken. Op een gegeven moment kwam het gebroken mastdeel dan toch een meter naar beneden en kon ik de pees wel doorsnijden.”

‘Oud Hollands tuig’
“Na een tijdje had ik wat gebouwd, maar daar was ik niet tevreden over. Zo evalueerde ik verder. Ik moest kunnen gijpen en ik had zeiloppervlakte nodig. Vooral op de tweede dag heb ik steeds tegen mezelf gezegd: ‘Think out of the box’. Denk niet standaard, maar anders. Ik wilde zeiloppervlakte en opeens bedacht ik dat dit onderin het zeil zat, dus wist ik het: ‘Ik hijs ‘m gewoon op zijn kop’. Dat leverde een Hollands spriettuig op. De giek was daarvoor te kort, maar ik had nog een boegspriet aan boord en dat heb ik eraan geknutseld.

Christa’s schipper Andre kreeg ondertussen orders om mij op te zoeken. Hij blijkt in Frankrijk een grote naam te zijn in het Mini-zeilen. Toen hij mij zag met mijn geïmproviseerde noodtuig, was hij erg onder de indruk. Hij bleek achteraf in zijn mail aan de racedirecteur geschreven te hebben “Hier wordt geschiedenis geschreven”. Dat ik met mijn doorzettingsvermogen het voorbeeld neerzette voor Mini-zeilers. En dat wat ik had gebrouwen model stond voor elke Mini-zeiler, die ooit zijn mast overboord zou varen. Dat gebeurt in deze klasse nog wel eens. Deze race al drie keer. Het had een enorme impact in Frankrijk dat iemand die al zoveel ervaring had, zoiets schreef. Toen hij kwam aanvaren, heeft ie een paar keer om mij heen gecirkeld om alles te filmen. Zo’n Oudhollands tuig kennen ze in Frankrijk niet.”

Morele boost

“Ik had inmiddels gezien dat ik 5 knopen kon halen. Nou, dat doet wat met je moraal. Ik ben zondagmiddag om 17.00 uur ontmast en donderdagmiddag 13.30 uur aangekomen. Dinsdagavond kwam de begeleidingsboot met Christa aan boord bij mij aan. Toen was ik 140/150 mijl van de finish en had al besloten om door te gaan. Ik was in staat om redelijke snelheid te maken en de eerste was net gefinisht. Daarna heb je nog 84 uur voordat de lijn sluit. Dat moest lukken, dus ik had me er helemaal op ingericht dat ik gewoon zou finishen. Dat heb ik ook gedaan. Daar ben ik trots op en dat mag iedereen weten.”

Gekkenhuis in Frankrijk

“Wat er in Frankrijk gebeurde is ongelofelijk. Ik was nog twee mijl van de finish verwijderd toen er ineens overal boten vandaan kwamen. Ik dacht in eerste instantie: ‘Ga eens uit mijn weg, ik moet finishen. Je ziet toch dat ik dit kleine tuig heb en er staat niet al te veel wind’. Ik was er ook klaar mee, want ik had de hele dag stil gelegen. De wind was weggevallen. Maar wat deden die mensen. Ze gingen om me heen varen, draaiden hun fok weg, reefden het grootzeil en zeilden achter mij aan. Ze begonnen tegen me aan te praten, dat ze over mij hadden gehoord. Dat ze het geweldig vonden. Sommigen rolden zelfs een spandoek uit en begonnen te klappen. Het werden er meer en meer. Echt onwaarschijnlijk.

Op een gegeven moment zie ik een Mini uit de haven komen. Daar bleek Chris op te zitten. Dat was helemaal geweldig. Naarmate ik dichterbij kwam, kwamen alle wedstrijdcomitéboten aangevaren. Normaliter is dat er gewoon eentje, die aftoetert. Nu waren ze allemaal present. De klassemeter zat erop en cameramensen. Dat gebeurt normaal nooit. Het was echt gekkenhuis. Dan ga je over de finish en klinkt er vanaf alle boten om je heen gejuich. Dat doet wel wat met je hoor. Chris mocht aan boord stappen en dan is iedereen natuurlijk aan het klappen. Helemaal geweldig.”

Kippenvel
“Ik werd door een kanaal naar binnen gesleept en daar stonden heel veel mensen langs de kant. Er hingen spandoeken, er werd geklapt en auto’s toeterden. Die Fransen komen er gewoon op af, al weten ze niet eens wat er precies aan de hand is. Maar als ze een Mini met geknakte mast, oranje zeiltjes en allemaal bootje er omheen zien, weten ze direct dat het iets bijzonders is.” Er volgt een diepe zucht: “Jaaaa, kippenvel.”





DB

Foto's: Pro 3 Ocean Challenge



Reageren?




Aantal tekens: 0 tekens (max. 300)


Wat is dit?



Reacties: (0)

Er zijn nog geen reacties.

Delta Lloyd Hemels van der Hart